Je hebt van die mensen die ontzettend losjes met het leven omgaan. Dat zijn de mensen die nooit op tijd komen, de mensen die hun afwas laten staan (”komt morgen wel”) en de mensen die zeggen dat het leven te kort is om sokken te dragen die bij elkaar horen. 

Ik ben niet een van deze mensen. Ik vind het van groot belang sokken te dragen die bij elkaar passen. Ik zie niet in waarom ik een blauwe en een roze sok zou dragen als ik van beiden sokken nog een exemplaar heb liggen dat exact op de ander lijkt. Ik hang mijn sokken het liefst in paartjes op. Dat vind ik gezellig. En ik wil ze ook in paartjes dragen. Want dat is zo bedoeld. Mijn grootste ergernis in mijn relatie is dan ook niet het dopje van de tandpastatube, zijn gesnurk, het feit dat hij altijd al zijn spullen uit zijn rugzak haalt en op tafel legt (waarom doen mensen dit als ze die spullen vervolgens niet gebruiken? Wat is dat voor raar iets?) en ik vind het ook niet erg dat hij zijn lege chipszakken niet opruimt. Maar die sokken. Man man man, die sokken.

George voelt zich vaak gemotiveerd om wassen te draaien.

Ik weet niet waar het vandaan komt, ik weet ook niet hoe ik het kan stoppen. Ik deel sinds twee jaar een huis met deze man en hij blijft het doen. Hij wil heel lief helpen, maar dat lukt gewoon niet zo goed. Het is alsof hij een willekeurige greep in de wasmand doet en dat vervolgens in de machine propt. Gewoon een handje vol. Prop. Klaar. Nu doe ik de was.

En zo werkt dat gewoon niet! Je kunt niet de ene helft wel wassen en de andere helft niet. Het is een rare gewoonte waardoor ik in het hele huis briefjes moet ophangen met ‘VERMIST’ en dan een foto van één sok eronder. Want dat is het absurde ding: de andere sok is gewoon netjes gewassen. Maar daar heb ik niets aan. Je poetst toch ook niet de helft van je tanden? Je wast toch ook niet alleen de linkerkant van je lichaam? Waarom zou het dan oké moeten zijn om een half paar sokken te dragen?

Ik zie vrienden van mij regelmatig met twee verschillende sokken lopen en dan vraag ik me toch af waar het mis is gegaan.

Het is onlogisch om te doen. Je koopt de sokken in paren, dat betekent dat ze bij elkaar horen. Altijd. Niet alleen als het toevallig zo uitkomt. En stel je voor dat je de ene sok vaker draagt dan de ander! Dan slijt die ene sok veel eerder. Gooi je dan maar één sok weg? Hoe kun je het leven op deze manier inrichten? Hoe kun je ’s avonds je sokken in de wasmand gooien en dan niet een klein steekje in je borst voelen?

Nu ik erover nadenk: deze mensen gooien hun sokken ’s avonds niet in de wasmand, natuurlijk. Dat doen ze de dag daarna, of – hou me vast – ze plukken eens per week de sokken van de vloer. Want ze gaan losjes om met het leven. Ze zijn super relaxed en cool.

En dat laten ze nonchalant doorschemeren in hun sokgebruik. Terwijl ik een half uur te vroeg kom, zijn zij een half uur te laat. Terwijl ik met twee bijpassende sokken zit, zitten zij met een rode en een paarse sok tegenover me. Te doen alsof alles normaal is. Maar dat is het niet. Want die sok. Die sok. Die sok. Die sok.
Ze nippen van hun thee. Ze bieden hun excuses niet aan omdat ze twee verschillende sokken dragen.

Ze zitten daar gewoon te zijn. Terwijl ik me afvraag of ik dat ene kopje wel in de vaatwasser heb gezet. 

 

Geef een reactie