Droogloopmat

 

Wc’s, douchecabine’s, badkamers in het algemeen: ik heb het er niet zo op. Dat gaat een beetje zo in mijn hoofd: kan er wel iemand snel bij me komen als ik een hartaanval krijg en zelf niet meer functioneer? Zou iemand het überhaupt doorhebben? Én – het ergste van alles – wil ik dat mensen zich mij herinneren als de persoon die doodging terwijl ze aan het poepen was?

Maar soms moet je dingen. Ik moet wel eens douchen, terwijl ik bijna een paniekaanval heb. Zo ook laatst.

Ik trilde, mijn hart bonsde en ik was duizelig. Mijn gedachten waren – daarentegen – nog redelijk geordend. Ik stapte onder de douche. Het ging prima. Tot ik besefte dat ik onder de douche stond en het prima ging.

Ik was me zo akelig bewust van het feit dat ik niet had opgelet dat ik een risico had genomen door in mijn huidige staat te douchen, dat de angst me van alle kanten greep. De wereld begon te draaien.

Mijn eerste gedachte was dat het water te warm was. Gevaarlijk. Kun je duizelig van worden. De tweede gedachte volgde snel: koud water, helpt wakker schudden. De derde gedachte: ‘nee want die plotselinge shock zorgt sowieso voor een hartstilstand’, belette me ervan en de vierde gedachte: ‘gewoon blijven staan, er is niks aan de hand, het is een paniekaanval’ deed me even in- en uitademen.

Het werkte niet.

Mijn lichaam was al aan het rennen en ik stond in dat benauwde hok. Mijn ogen schoten van links naar rechts, de tegeltjes begonnen te dansen en ik gooide de cabine met een zwaai open, waarop ik vervolgens zeiknat op het badmatje stond. De badmat waarvan George vindt dat we er niet zeiknat op mogen staan. Ik vind het noodzakelijk er zeiknat op te staan. Niet alleen als ik een paniekaanval heb, maar gewoon omdat het een ”droogloopmat” heet en ik niet kan bedenken waarom iets ”droogloopmat” heet als je er niet op mag drooglopen. 

Ik keek in de spiegel. Stond ik dan. Licht roze wangen, het water druppelde naar beneden. Ik haalde een paar keer diep adem, en draaide me om naar de douche. Afmaken. Ging het door me heen. Ik moest het afmaken, want anders zou ik de volgende keer bang zijn om te gaan douchen. Ik betrad de douchecabine opnieuw, sloot de deurtjes en ademde als een bezetene ‘’rustig’’ in en uit. Het werkte niet.

Niet uit de situatie gaan, blijven staan tot het gezakt is.

Ik bleef staan met bibber benen. Een ieder die paniek kent, weet dat ik benen bedoel die voelen alsof je weer moet leren lopen.

Ik moest blijven, dat moest. Er was geen andere optie, want vluchten betekende dat ik een angstige betekenis gaf aan een heel alledaags ding. En dat zou er op zeer korte termijn voor zorgen dat ik elke keer angstig zou worden wanneer ik ging douchen. Ik liet me zakken op de grond toen ook mijn hart slagen begon te missen. Ik moest blijven ademen. Gewoon blijven ademen. Mijn hele lichaam trilde nog, ik was nog steeds duizelig en mijn hart maakte sprongen, maar ik moest blijven. Of ik nou zat of stond, ik mocht niet op de droogloopmat. Waarschijnlijk tot groot plezier van George. 

Op dat moment topte de paniek: wat als ik de situatie verkeerd inschatte? Wat nou als ik door mijn stomme rationele handelingen over het hoofd zag dat er wel degelijk iets met me aan de hand was? Wat nou als ik de situatie dusdanig verkeerd inschatte dat George me (over minstens tien uur) onder een stromende douche zou vinden? Dood.

Mijn lichaam begon weer te rennen. Ik rende mee in gedachten. Het was goed dat ik nu van beide kanten keek, want daardoor kon ik een afweging maken hoe noodzakelijk het was om hulp te vragen. De telefoons lagen binnen handbereik. Ergens heb ik altijd het idee dat ik vanaf een droogloopmat mensen ga bellen terwijl ik stervende ben. 

Ik bleef zitten.

Een aantal minuten werden al gauw en half uur, maar ik kon weer opstaan. Ik maakte af waar ik mee bezig was en rondde het met enige vertraging, af. Toen ik een uur later bij mij therapeut plaatsnam en hij vroeg hoe het die dag ging, zei ik ‘goed’. 

Ik was het voorval alweer vergeten.

Same shit. Different day.

 

Geef een reactie