Stuk

Er zit al maanden iets in mijn keel. Een stuk. En ik wil niet te hard van stapel lopen, maar ik denk dat het kanker is. Ik heb de dokter inmiddels vier keer gebeld. Op mijn eerste afspraak kreeg ik een verpleegkundige. De dokter was ziek. Wat moest ik daar nou van vinden?

De verpleegkundige keek in mijn keel en zei dat ze niets zag. Ik zei, met het stokje nog op mijn tong: ‘uuwaas miee so gek uuuwant et sit jieper.’ (vertaling: niet gek, het zit dieper). Ze stuurde me naar huis met niks. Ik mocht over een maand terugkomen. En een maand duurt lang als je doodgaat. Terwijl ik boodschappen deed of op verjaardagen zat, maakte ik lijstjes in mijn hoofd.

Maandag: stuk.
Dinsdag: geen stuk.
Woensdag: geen stuk.
Donderdag: wanneer is het voor het laatst dat ik dat stuk heb gevoeld? Ah nu.
Vrijdag: stuk is gegroeid. Ik stik. Ik stik echt. Nu ga ik dood.
Zaterdag en zondag: stuk weg. Raar.

Na bijna twee maanden hobbelde ik terug naar de dokter.

Ik had expres twee weken langer gewacht dan de afspraak was. Ik wilde niet in de wachtkamer zitten terwijl er misschien wel mensen waren die daar eigenlijk in mijn plaats moesten zitten, maar toen ik eenmaal zat, wist ik dat dat niet zo was. Is dat niet het gekke van de wachtkamer van een huisarts? Je ziet er nooit doodzieke mensen. Af en toe kucht er iemand, waardoor de helft van de mensen de andere kant op gaat ademen, maar dat is het dan ook wel. Zouden huisartsen veel hypochonders krijgen? En zou dat dan verklaren waarom ze altijd zo zuchten als ze mij zien opstaan als ze mijn naam roepen? Of heb ik gewoon een hoofd waar mensen bij voorbaat van gaan zuchten?

Ook de tweede afspraak haalde niets uit. De arts voelde wat bobbeltjes (allemaal normaal) en zag geen stuk. Ik zei dat ik het stuk nog steeds wel voelde en – daar gingen we weer – dat het dieper zat. ‘Oh’ zei ze. ‘Kun je het aanwijzen?’
Ik knikte. ‘Dat doe ik aan de buitenkant. Anders wordt het zo’n bende.’
Arts lachte niet.

Ze schreef een recept voor maagzuurremmers uit. Met schrijven bedoel ik dat ze met één vinger zo hard op het toetsenbord sloeg dat er een gat in het bureau geduwd werd.

Ik heb zo veel vragen over huisartsen. Waarom kunnen ze niet met computers overweg? Waarom typen ze allemaal met één of twee vingers? Waarom schrijven ze onleesbaar? Zijn dat sollicitatie eisen? Waarom buigt hun bureaustoel altijd zo ver naar achteren? Weten ze wel dat dat niet ergonomisch verantwoord is? Waarom vinden ze altijd dat je van stress hele andere klachten hebt dan jij zegt dat je hebt? En waarom komt er altijd een punt waarop ze gaan uitleggen wat angst en stress is? Waarom komt er altijd een moment waarop ze zeggen dat je dat wel kunt oplossen door ”even goed adem te halen”? Waarom vertellen ze dingen over een vakgebied waar ze niets vanaf weten? Mag dat wel? Ik heb namelijk nog nooit een psycholoog gehad die tegen me zei: ‘Jack. Open je mond even, dan kijk ik of je kanker hebt.’ en dat lijkt me meer dan redelijk. Ieder zijn vakgebied.

Ik droop af met een recept voor maagzuurremmers.

Een recept dat ik thuis direct in de prullenbak gooide, want ik had geen last van maagzuur. Dat wist ik zeker omdat ik geen last had van maagzuur. En nu zit er al maanden iets in mijn keel. Een stuk. Een ding dat niemand wil onderzoeken. Gelukkig maar dat ik mijn aandacht inmiddels heb verlegd naar mijn aanstormende herseninfarct, waardoor er aanzienlijk minder tijd overblijft om me druk te maken om een stuk waar ik meestal alleen op vrijdag aan doodga.

Geef een reactie