Er zijn gerechten met vreemde ingrediënten, tien soorten champagne, thee, stukjes brood met smeersels, olijven… Het is allemaal best aardig geregeld. Duur ook, als ik zo op de kaart kijk. Ik heb het gevoel alsof ik in ‘Friends With Money’ ben beland, want zie je: na een bepaalde leeftijd hebben mensen geld. Zelfs de mensen die nóóit geld hadden. Ze pakken de wijnkaart erbij alsof ze zo’n gouden koffertje met een enorm geldbedrag hebben gewonnen.

En de een wil Merlot en de ander Chardonnay. Twee champagne en weer een ander ‘hoe heet dat dingetje ook alweer met die diamant onderin’.

Ik bestel water. En denk een paar minuten later dat dat een domme keuze was, want de rekening wordt gedeeld door het aantal stelletjes met wie we zitten. Natuurlijk! We doen niet moeilijk over die paar euro. Nee. Zulk soort Nederlanders zijn wij niet. Ook niet als er een persoon aan tafel zit de beduidend minder eet en drinkt dan twee mensen bij elkaar. Kom nou!

Er verschijnt een houten plankje op tafel met dunne, dure plakjes ham en ik trap er niet weer in. De laatste keer dat ik dat at, vormde het een lange sliert die ik pas na het eten uit mijn keel kon vissen, terwijl het andere uiteinde nog om mijn achterste kies zat gewikkeld.

Mensen lachen, ze praten en hoe meer Merlot, Chardonnay en Champagne er in hun keelgat verdwijnt, hoe meer ze lachen en praten. Het is een kwestie van tijd voordat…

‘En wat doe jij nu allemaal?’
Ik slik mijn water door en haal adem. ‘Ja… Nou… Ik…’

Niks. Ik doe niks meer. En van het geld dat ik in deze tent voor één olijf betaal, had ik makkelijk een week boodschappen kunnen doen.

‘Ik ben zoekende…’ ik knik om te laten zien dat ik heel serieus ben over dat zoeken.

Alsof ik binnenkort wakker word en precies weet waar ik mijn doel per ongeluk heb verstopt. De vrouw naast me knikt ernstig met me mee.
‘En wat zou je graag willen doen?’
‘Oh van alles!’

Is ook geen woord aan gelogen. Ik heb nog een hele stapel boeken liggen die ik wil uitlezen en ik heb laatst wijn gekocht voor drie euro, die moet op. Ik wil met mijn moeder naar het Rijksmuseum. Spaans leren, wandelen… Een beetje schrijven…

‘Ik heb een breed interessegebied.’ besluit ik. ‘Literatuur enzo…’ Ja, literatuur klinkt beter dan: Ik wil de Shopaholic reeks weer eens lezen.
‘Hoe oud ben je?’
’27’
‘Ik ook!’ Ze geeft me zo’n hart-onder-de-riem-knipoog. ‘Het komt wel goed.’

Het is de bedoeling dat ik daardoor moet denken dat ik er wel kom. Maar ik kom er niet.

Sommige mensen zijn niet gemaakt om ergens te komen. En dat is helemaal niet erg. Tenzij je omringd wordt door mensen die denken dat ze wel ergens zijn gekomen. Of mensen die hun schouders ophalen en zeggen: ‘Ik heb gewoon geluk gehad.’

Als ik kijk naar mijn echte vrienden (en dat zijn niet degenen die olijven van 50 euro eten), heb ik helemaal niet het idee dat ik ergens moet komen. Ik heb het idee dat we godsgruwelijk blij mogen zijn met z’n allen dat we nog steeds niet onder een brug leven. Het lijken wel twee werelden. De ene groep doet aan gezellige diners in restaurants waar de recepten nét iets te raar zijn, terwijl de andere groep na drie drankjes tegen me zegt: ‘zullen we maar gewoon bitterballen bestellen en de rest van het geld uitgeven aan het huismerk wijn?’

Ik hoef die rare ham ook helemaal niet. Geserveerd op zo’n houten plank, of op een zwarte steen om het nog specialer te maken. Wat heb ik daar nou aan? Waarom serveer je iets op een ding dat amper afgewassen kan worden?

De ober komt weer langs en vraagt of ik nog wat wil drinken. Ik gebaar dat hij iets dichterbij moet komen en zeg zachtjes, terwijl het gezelschap doorkakelt: ‘Chardonnay. En zorg ervoor dat dat glas elke tien minuten bijgevuld wordt.’

Eigenlijk best fijn, zo’n rekening die je zonder gedoe met elkaar kunt delen.

 

Geef een reactie