Mijn hart is de hele dag alweer aan het racen. Ik tuur omhoog door het raam en zit zo in gedachten verzonken, dat ik een enorme lichtvlek voor mijn ogen heb als ik weer naar mijn scherm kijk. Het stomme is dat ik niet eens weet waar ik aan denk. Ik moet nog studeren, ja. Ik leer Spaans. Niet omdat ik wil emigreren of rondreizen. Het leek me gewoon leuk. Tegen de verveling.

Het is ook wel goed voor me, denk ik. Want dit keer zit ik in een klas terwijl ik leer. Een avond in de week moet ik functioneren zoals iedereen dat doet, want niemand kent me. En ik kan niet ineens weglopen met een paniekaanval en een schreeuw dat ik misschien wel doodga omdat ik zo’n gek pijntje heb aan mijn schouder.

Ik vind het nog steeds een best aardig initiatief van mezelf.
Met name omdat ik niet bijzonder sociaal ben. En omdat ik natuurlijk altijd bang ben. Ik ga het áán. Ik verdráág de angst, zoals ik dat jaren geleden heb geleerd. Heel belangrijk, dat verdragen. Ik hoor mijn exposure therapeut nog steeds in mijn oor tetteren: ‘VERDRAAG HET MAAR JACKY, VERDRAAG HET MAAR.’

Goed. De ene les gaat het wat beter dan de ander. Inmiddels ben ik al maanden verder, maar toch heb ik elke fucking dinsdagavond weer spanning. Mijn hart bonst bijna uit mijn lijf. Er zijn honderden gedachten die zich aan me opdringen en ik moet ze allemaal aandacht geven. Het is dwang. Ik moet het uitdenken. Het moet! Als ik dat niet doe, dan neem ik een risico en gebeurt mijn irrationele gedachte echt.

Soms denk ik dat het beter is als ik ook dwangmatig handelde, maar dat doe ik niet.

Ik heb de afgelopen acht jaar wel veel mensen leren kennen die dwangmatig handelden. Ik denk ook dat dat het beeld is dat veel mensen bij OCD hebben: je wast zeshonderd keer je handen, of je wil alles georganiseerd hebben. Klaar.

Is niet zo. Zelfs het handelen gaat veel verder. Ik leerde een vrouw kennen die hooguit drie uur per nacht sliep, omdat ze daarna haar hele huis weer moest schoonmaken. Een jongen die dagen achtereen zijn sleutels en pinpas waste. Een meisje dat alle stiksels van haar kleding precies in lijn moest hebben met haar lichaam. Mensen die knalrode, schrale handen hadden omdat ze het elk uur met agressief middel wasten. Ik leerde een meisje kennen dat om drie uur ’s nachts opstond om zich aan te kleden. Een vrouw die niet naar de wc durfde (en dus ook niet ging!) omdat dat vies was… Dat zijn geen leuke luchtige gevallen waar je een grapje over moet willen maken. OCD is, in welke vorm dan ook, een vermoeiend spektakel.

Als ik het zo bekijk, heb ik best wel veel geluk. Ik moet er niet aan denken dat ik elke dag minimaal vijf uur deed over het aankleden. Ik vind een half uur al lang. 

Misschien is het maar goed dat niemand het ziet bij mij. Het is waarschijnlijk een zegen dat ik kan doen alsof het prima gaat, terwijl ik in blinde paniek schiet. Vermoeiend, ja, maar ik kan de volgende dag gewoon op internet zoeken wat er werd verteld. En ik weet zeker dat niemand weet dat ik volledig in beslag word genomen door iets wat helemaal niet met de les te maken heeft.

Mijn hart is nog steeds aan het racen. Ik kijk vanuit het raam, terug naar mijn scherm. Er zit een vlek voor mijn ogen en ik zie helemaal niks. Ik heb een herseninfarct. Daar kun je op rekenen. Ik schiet omhoog, drentel vijf minuten door mijn huis met benen die elk moment in elkaar kunnen zakken. Ik kruip terug achter mijn computer en start de woordenlijsten op.

En mi tiempo libre estudio Español. En de rest van de tijd denk ik na over doodgaan.
Muy bien.

 

Geef een reactie