Tandarts praktijken

Gisteren ging ik naar de tandarts. Mijn wortelkanaalbehandeling moest ‘’afgemaakt’’ worden. Dat doen tandartsen in twee keer, blijkbaar. Wat ik er de keer daarvoor van had begrepen was dat ze de noodvulling zouden vervangen voor een permanente. Ik had dat verkeerd begrepen.

Toen ik binnen kwam lopen, liep de assistente direct op me af met een ‘hallo hoe gaat het nu en heb je nog last gehad’ praatje. Ik zei van niet en toen van wel, want ik wist niet zeker wat ze bedoelde met last en welke gradatie ik daaraan moest hangen. Het leek me vrij onlogisch ‘’last’’ te kunnen hebben van iets terwijl de zenuw eruit gehaald was. Maar toch had ik er (misschien alleen in mijn hoofd?) last van gehad. Niet dusdanig lastig dat ik niet functioneerde of erdoor gestoord werd, maar soms dacht ik wel: ik heb last. Ik besloot dat ik ‘last’ een moeilijk woord vond.

Ik kwam binnen en ze gingen meteen aan de bak.

Vond ik ook lastig. Ik houd van de rustige aanpak. Dat mijn tandarts ieder ding uitlegt en ik twintig keer zeg dat me dat geen goed plan lijkt. Dit keer was het meer zo: ‘Ben je er weer klaar voor?’
‘Moet ik er klaar voor zijn dan?’
‘Nou het is een wat heftigere ingreep dan de vorige keer.’
‘…’
‘Doet geen pijn hoor.’
‘Ik dacht dat dit allemaal standaard gedoe was.’
‘Ja.’ De tandarts knikte. ‘Standaard behandeling. Met een uur zijn we klaar.’

‘Een uur?!’ Godsamme. Het zweet liep door mijn bilnaad. En ik had al niet zo’n beste dag: hartoverslagen hier, ik ga dood gedachten daar… Ik was niet in staat om zo’n grote behandeling te ondergaan op deze dag, maar wat kon ik?

‘Ga maar liggen.’ zei de tandarts en ik ging liggen.

Ik probeerde nog een grapje te maken, maar de sfeer was overduidelijk anders dan de vorige keer. Deze mensen gingen dingen doen en daar was concentratie voor nodig. Als ik een luier had gedragen, had ik erin geplast. Echt waar.

Alles ging prima (wat is prima als je bij de tandarts ligt) tot ze een doekje over mijn mond heen legden omdat de tand ‘’goed droog’’ moest blijven. Ik nam mezelf voor niet te huilen, zodat ik de tand niet nat maakte. Ik ademde en ademende en dacht na over het feit dat er, náást het doekje nu ook een ding om mijn tand zat, en misschien wel nog meer dingen en dat ik geen kant op kon. Als ik in paniek zou raken, dan zou ik alsnog dat ding óp mijn tand hebben. Ik nam mezelf voor niet in paniek te raken omdat ik niet weg kon en raakte vervolgens in paniek omdat ik niet weg kon.

Mijn vorige tandarts had rebussen op het plafond staan. Ideaal voor de panieker die haar gedachten wil verzetten. Op dit plafond keek ik aan tegen niets. Ik keek in de ogen van de tandarts, maar hij keek niet terug (wat ik pas later als een zegen bestempelde). Mijn hart begon te racen. De eerste paniekaanval kondigde zich aan. Ik ademde. Ik ademde. Ik deed alsof ik normaal was.

‘Gaat het wel?’ vroeg de assistente en ik knikte van ja en dacht: als zij vraagt of het wel gaat, hoe slecht zie ik er dan uit dat zij de behoefte voelt zoiets te vragen? Ben ik ziek? Is dit de rand van de dood?

Hoe ziet mijn rand van de dood eruit voor een buitenstaander?

Mijn hart ging opnieuw sneller kloppen, mijn linkerarm trok weg en ik werd zo misselijk dat ik mijn maaginhoud al omhoog voelde kruipen. Niet in paniek raken. NIET in paniek raken, dan gaat alles mis.

Ik raakte in paniek.

Maar de echte hel kwam pas toen ik het kamertje van de tandarts uitliep.

De rechterkant van mijn gezicht (tot aan mijn neus) was verdoofd en ik wist van de vorige keer dat het wel een uur of vier/vijf zou duren. Ik wachtte om die reden braaf vier uur voordat ik in paniek raakte omdat de verdoving ‘’nooit zou uitwerken.’’ Ik deed kwijlend mijn boodschappen bij de Lidl, ik nam de bus terug naar huis (had ik verdiend) en thuis raakte ik niet in paniek vanwege de verdoving die nooit zou uitwerken, maar vanwege het feit dat ik zou flauwvallen omdat ik niet kon eten. Je moet wat.

Ik schreef stukjes, deed alsof ik niet elke seconde checkte of de verdoving al uitgewerkt was en toen ik eindelijk tot de conclusie kwam dat ik mijn neus weer voelde, ging het mis.

Ik had een verstopte neus. Aan 1 kant. Precies de kant die verdoofd was.

Daar moest ik om lachen. Vast iets geks wat iedereen had na een verdoving. Ik checkte google om er zeker van te zijn dat het een normaal verschijnsel was. Bleek het niet te zijn. Ik ging gewoon dood.

Jezus Christus. Wisten jullie dat verdovingen bij de tandarts helemaal niet zonder risico zijn? Je kunt er van alles van krijgen. Verlamming van je tong, allergische reacties die ervoor zorgen dat je de rest van je leven allergisch bent voor dingen waar je nooit allergisch voor was. Je kunt ervan in coma raken en doodgaan. Waarom wist ik dat niet?!

Na een urenlange sms sessie met moeder en George, werd ik boos. Zij vonden dat ik verkouden was. Verkouden! Ik was blijkbaar ineens strontverkouden geworden en ‘’toevallig’’ zat de verdoving daar. Niks ernstigs. Gewoon toeval.

Rot toch op.

Ik liet het bad vollopen en stapte er chagrijnig in. Vanaf nu kon ik niks meer eten, want als dit een allergische reactie was, dan zou ik vanaf nu allergisch zijn voor een heleboel dingen. Ik dacht na. Ik had moeten eten. Ik had nog steeds niet gegeten. Hoe logisch was het om in een warm bad te zitten, terwijl je bijna flauwviel van de honger?

Het was een onnodig risico. Gevaarlijk. Als ik zou flauwvallen in bad, dan verzoop ik. Ik trok mezelf omhoog, maar bedacht me. Nee. De kans, statistisch gezien, was zó klein dat iemand op dezelfde dag zou verzuipen in bad als dat hij een allergische reactie had op een verdoving. Het kon gewoon niet. En als het wel gebeurde, dan zou mijn verhaal er eentje worden voor Black Stories. Ik vroeg me af of ik iemand wilde zijn die in dat spel zat. Ik dacht het wel. Mensen zouden erom lachen. Was dat zielig voor mijn ouders?

Er vloog een uur voorbij. De verdoving trok weg, het verkouden neusgat bleef. De volgende dag werd ik wakker met een kuchje en dezelfde ‘’toevallige’’ verkoudheid. De dag daarna was het op magische wijze opgelost.

Ooit een roker gezien die binnen twee dagen van haar verkoudheid af was? Dacht ik. Ik ben allergisch voor de tandarts. En God mag weten voor wat allemaal nu nog meer.


Dit verhaal is een vervolg op het eerste deel en dat kun je hier lezen!

Geef een reactie