De verhuisdozen stonden nog door de ruimte verspreid, maar de meubels hadden hun plaats al wel gevonden. Alles wat in die dozen zat kon wachten. En wat zat er eigenlijk in? Decoratie? Studieboeken? Een vergeten cactus? Ze had best veel verhuisdozen voor iemand die net verhuisd was vanuit een studentenkamer. 

Ik nam plaats op een van de twee stoelen in de ruimte en keek om me heen. Er hing een schilderij aan de muur. Eentje die ze – zoals ze zelf zei – na dagen van verdriet en speuren op internet had uitgekozen. ‘En het is niets!’ lachte ze. ‘Het zijn grassprieten! Maar dat had ik nodig op dat moment.’

Mijn blik dwarrelde over het schilderij en ik vond het mooi.

Er was niet iets wat me in het bijzonder aantrok, ik vond het gewoon mooi. Zoals sommige mensen een boomstam kunnen fotograferen en het de beste boomstam is die ik ooit heb gezien.

Ze liet zich op de stoel naast me zakken. ‘De laatste tijd idealiseer ik suïcide.’ ze zuchtte. ‘Het is echt niet dat ik dood wil! ik denk gewoon dat het een hele goede en logische keuze is.’
Ik reageerde niet.
‘Het is allemaal niets. Alles is niets. En ik zit zó vast in mijn hoofd, in mijzelf…’ ze keek naar me op. ‘Misschien moeten we het leven overlaten aan mensen die het wel kunnen begrijpen.’

‘Hoe bedoel je?’ vroeg ik.
‘Nou, er zijn genoeg mensen die niet heel veel nadenken en gewoon doen. Er zijn genoeg mensen zonder OCD of wat voor problemen dan ook. Mensen die het snáppen hoe dit allemaal moet en zich daar verder niks bij afvragen.’

Mijn mond viel open. ‘Godverdomme.’ zei ik en ik keek haar aan. ‘Je hebt gewoon gelijk. Waarom heb ik al die tijd andersom gedacht? Waarom heb ik gedacht dat mensen die ”het niet zien” een probleem zijn? Zij doen gewoon mee!!’ 

Ik lachte. Er ging een wereld voor me open. Ze had toch verdomme gelijk! De mensen die er geen probleem mee hebben om hier te zijn, zijn mijn probleem niet. Ik ben mijn probleem. En dus automatisch dat van de samenleving en mensen om mij heen. Het was het beste inzicht dat ik ooit op een zaterdagavond om elf uur ’s avonds in broodnuchtere toestand had gekregen. Ik pakte mijn kopje thee van het bijzettafeltje en keek glimlachend voor me uit.

Hoe kon het dat ik al die tijd heb nagedacht en het zelfs niet als een optie heb gezien dat ik de idioot ben en anderen niet. Een gevoel van superioriteit, waarschijnlijk.

Ik zie iets wat jullie niet zien. Nee! Zij zien het net zo goed, maar bepalen gewoon dat het handig is om daar niet te lang bij stil te staan. Om het een persoonlijk doel te geven. Het zijn de mensen met ‘trek een goed gevoel aan’ bordjes in hun kledingkast. De mensen die (soms) met tegenzin naar hun werk gaan, gewoon omdat ze niet zomaar weg kunnen blijven. De mensen die zitten en meeknikken. De mensen van wie op hun begrafenis wordt gezegd dat ze altijd voor een ander klaarstonden.

Ja, zulke mensen… Ik keek op naar de vriendin naast me.

‘Sorry dat ik vrijdag niet langskwam toen je met van alles zat en ik zei dat ik gewoon alleen wilde zijn. Ik ben heel egoïstisch en ik voel de behoefte niet om dat te veranderen.’
Ze glimlachte. ‘Nee joh! Sorry dat ik je maar berichten bleef sturen met al mijn gedoe, terwijl je graag alleen wilde zijn. Ik hoop niet dat ik je beroofd heb van je rustige avond.’

Ik schudde mijn hoofd en richtte mijn blik weer voor me. Op het schilderij. Grassprieten stralend in de ondergaande zon. Gras zakt niet in als de zon even weg is. Het blijft rechtop staan in het donker. Het gaat dood als het te veel zonlicht krijgt. Gras houdt ervan als het gemiddeld is. Niet goed. Niet slecht. Gewoon.

Ineens begreep ik waarom ze juist dat schilderij had gekozen. We moeten leven overlaten aan dingen die het wel kunnen begrijpen. Of in het beste geval niet vragen waarom, maar gewoon rechtop blijven staan.

 

 

Geef een reactie