Te moe om depressief te zijn

Na het eten, lopen we een rondje door Leeuwarden. Ik geef een soort rondleiding, maar tot mijn grote spijt weet ik vrij weinig van de stad. Ik weet wel veel over het oude weeshuis, wat nu het natuurmuseum is.

Het natuurmuseum is denk ik mijn favoriete plek in Leeuwarden, maar vreemd genoeg zitten mijn vrienden nooit op de geschiedenis van het weeshuis te wachten. Ze knikken meestal wat mee en stellen geen vragen. Ik ben de luistervariant van too long, didn’t read. Of, zoals mijn vader het noemt, een zemelaar.

Terwijl we lopen, vraag ik me af of het mogelijk is om depressief te zijn zonder dat te weten. Ik weet niet wat een depressie is; ik heb me er nooit in verdiept. Het is een van de onderwerpen binnen de psychologie die me niet zo aanspreken. Maar wat nou als ik depressief ben? Is het dan niet de bedoeling dat ik daar even in ga hangen? Dat ik maanden op bed lig met een deken over mijn hoofd? Of dat ik de hele dag denk: ach, het is toch allemaal voor niets. Want dat vind ik wel, maar ik heb helemaal geen zin om in bed te liggen en niets te doen. Ik heb helemaal nergens zin in, dus wat moet je dan anders dan iets doen?

Na mijn rondleiding ploffen we neer op het terras van de pub. Hij wil naar binnen lopen, maar dat laat ik niet gebeuren; we kwamen net langs zijn hotel, ik vroeg of hij zijn jas wilde ophalen, dat wilde hij niet. Jammer dan. Ik ben nog steeds een roker en rokers zitten buiten. Weer of geen weer. Vooral als er is besloten dat er wijn gedronken gaat worden.

Ik vraag me af of hij misschien ook depressief is, ergens op de achtergrond. Net als ik. Ik vraag me af hoe veel mensen er bestaan die depressief zijn, maar gewoon doorgaan omdat ze zelfs geen zin hebben in hun depressie.

‘Jij zegt dat je overal bang voor bent. Dat alles voor niets is.’ hij onderbreekt mijn gedachten. ‘Ik heb dat ook. Maar dat is oké.’

Ik vind dat psychologen gezemel, ondanks dat hij gelijk heeft. Ja, je moet accepteren, dat is de sleutel. Maar ik heb zó genoeg van mezelf. Ik kan niet met mezelf omgaan. En ik heb er meer dan genoeg van om elke keer te moeten doen alsof het heel normaal is dat ik mijn huis uit ga, of dat ik boodschappen doe, alleen maar omdat iedereen het doet. 

Ik wil een supermarkt in lopen en op dat moment iedereen die er is ondervragen hoe moeilijk ze het vinden op een schaal van 0 tot 10. En ik wil wedden dat er zeker tien mensen zijn die net als ik met het lood in hun schoenen en een aanstormende paniekaanval hun nieuwe thee uitzoeken.

Ik wil wedden dat er meer mensen zoals ik zijn. Mensen die maar meedoen omdat dat moet en hun mond houden over alle angsten, onzekerheden, paniekaanvallen en dwangneuroses die ze hebben. Want dat wordt verwacht; het is hoe je moet zijn. Er zijn vast mensen die – net als ik – vinden dat ze moeten doen alsof het allemaal maar mogelijk is. 

Eigenlijk is het niet zo vreemd dat veel mensen een vorm van depressie hebben. Het is niet vreemd dat de meeste van ons het gevoel hebben tekort te schieten. Maar goed, wat weet ik nou? Ik ben een zemelaar.

 

Geef een reactie