Mijn gebit is slecht. Niet dat het kwaadaardig is, snode plannen smeed terwijl ik lig te slapen, maar het is gewoon slecht. Zwak. Het brokkelt af. Er is altijd wel wat mee en er valt bar weinig aan te veranderen. Het is meestal maar afwachten wat er binnen nu en een paar weken (of maanden) weer aan de hand is. Mensen met een slecht gebit weten waar ik het over heb.

Het is dat ‘o nee, wat nu weer’ stemmetje als je nietsvermoedend een slok drinken neemt, of een stuk van een hard broodje afbijt. Mijn moeder was altijd heel streng als het om tanden ging, want ‘ik mocht niet zo’n gebit als zij krijgen’. Wist zij veel dat dat een soort van genetisch bepaald wordt en ik dus – hoe goed ik het ook verzorg – elke keer de lul ben.

Inmiddels heb ik niet alleen mijn tanden, maar ook menig tandarts versleten.

Als je zo veel tijd op een tandartsstoel doorbrengt, dan zit je niet te wachten op iemand zonder humor, maar ook niet op iemand die je allemaal vragen stelt terwijl je met je mond open ligt. Sommige tandartsen doen dat namelijk. Zitten ze je kies te vullen en ondertussen vragen ze wat voor werk je doet. Dat is onpraktisch.

Humorloze tandartsen zijn ook niks voor mij. Ik ben namelijk bang voor de tandartsbehandelingen (ondanks dat ik braaf elke keer ga) en een tandarts moet wel met mijn zelfspot om kunnen gaan en er nog een schepje bovenop leggen. ‘Ja, misschien ga je vandaag inderdaad wel dood door de pijn. Wie weet.’ Zulke opmerkingen vind ik mooi.

Vandaag moest ik met spoed naar mijn nieuwe tandarts toe.

Ik sta ingeschreven bij meerdere (dat mag niet, maar ik heb afwisseling nodig) en vandaag was poging zoveel om de perfecte tandarts te vinden. Die ene tandarts die me niet de les leest, die een beetje kan lachen, die bekwaam genoeg is om zijn werk uit te voeren én die geen vragen stelt wanneer ik met mijn mond open lig. En ik heb hem gevonden. Hij is net nieuw en hij is fantastisch.

Mijn nieuwe tandarts heeft maar één vraag gesteld toen ik met mijn mond open lag en dat was: ‘Doet dit pijn?’
Vond ik een redelijk getimede vraag. Het deed pijn. Hij verdoofde me nog meer zodat ik mijn halve gezicht, mijn complete mond én mijn oor niet meer voelde en toen ging ‘ie weer verder. Kortom: tandarts is gevonden.

Nu kun je denken dat ik er dan ben, maar ook de assistente moet kloppen.

Ze moet aardig zijn, jazeker, maar het meest belangrijk vind ik dat ze haar werk ook écht doet. Dat ze niet zo’n speekselzuiger in je mond hangt en vervolgens gaat rommelen in lades. Dat zijn luie assistentes, dames en heren. Luie assistentes die ook tot drie keer toe met het verkeerde instrument aan komen kakken. En jij maar wachten, met je mond open.

Gelukkig bleek dit een top team. Assistente was aardig, lachte veel, praatte normaal en bediende de speekselzuiger zoals ik nog nooit had meegemaakt. Ik en het nieuwe team in Leeuwarden zijn een match made in heaven. Toen ik dat zei, en toen ik vroeg of ik voor altijd bij hen mocht blijven, keken ze me niet raar aan. Ze begonnen beiden te glimlachen en het was ‘ja!’
Ik vroeg wanneer ik weer mocht komen en dat was over twee weken, ze hadden alle tijd, want blijkbaar ben ik één van hun eerste patiënten.

Als ik voortaan een hard stukje brood afbijt en denk ‘o nee, wat nu weer…’, dan zal die gedachte snel plaatsmaken voor: ‘Hoera! Ik mag weer naar mijn leuke, nieuwe tandarts.’

Eind goed. Al goed.

 

 

Geef een reactie