Laatst vroeg ik aan mijn vader of hij wel eens het idee heeft dat de wereld maar doordraait en hij als een soort toeschouwer op een bank zit te kijken. ‘Zelfs als je er middenin staat, lijkt het nog alsof je niet echt ”een deel” bent van de rest.’ zei ik. Met als toevoeging. ‘Zo voel ik me in elk geval.’

Het gevoel werd afgelopen zaterdag zelfs samengevat in een beeld. Ik organiseerde een feestje, niet omdat ik van feestjes houd, maar omdat ik een relatie heb met iemand die van feestjes houdt. Het moest een verrassing zijn (dat lukte trouwens tot op de laatste minuut). Maar toen het eenmaal los was, verdween ik naar de rookruimte. Samen met pa en ma. De muziek, de mensen, de stemmen beneden: wij boven. We waren er wel, maar waren we er ook écht?

Na mijn eerste sigaret bedacht ik me dat ik ook moest meedoen. Dat is belangrijk, dat wil ik ook echt! Maar ik sta als een hark tussen een bewegende menigte.

Het is niet dat ik me inhoud of ”los” moet komen; ik snap oprecht niet wat mensen aan het doen zijn. En waaróm ze dat doen. Ik vind het leuk dat ze lachen en elkaar omhelzen, maar ik voel me alsof ik per ongeluk op de eerste rij van een cabaretshow zit: straks wordt er iets aan me gevraagd en zijn alle ogen op mij gericht. En dan wordt pijnlijk duidelijk dat ik deelneem aan een groep, zonder dat ik daar een deel van ben.

Een deel zijn van iets heeft namelijk niet zo veel te maken met aanwezig zijn. Als het zo makkelijk ging, waren er geen buitenbeentjes. Een deel zijn van iets, betekent volgens mij dat je je kunt verplaatsen in de mensen om je heen. Je begrijpt wat er gebeurt en waarom dat gebeurt. Je voelt je op dat moment, in de oppervlakkige basis, hetzelfde als de mensen met wie je bent. Je stemming komt overeen, of je behoeften komen overeen. Je kunt lachen omdat het leuk is, niet omdat dat wel zo aardig is.

”Ben ik een nors, gemeen mens?” ging het door me heen.

Nee. Dat denk ik niet, maar ik denk wel dat er veel mensen zijn die dat zo kunnen opvatten. En als ik niet nors of gemeen zou zijn, dan krijg ik een ”raar meisje” stempel, maar wat niemand begrijpt is dat ik die ”raar” stempel ook voor bijna iedereen gebruik. Het hokjes denken is wat we moeten doen (het is onmogelijk om het niet te doen), maar je hebt weinig aan je eigen hokje als de wereld buiten dat hokje plaatsvindt. In welk hokje je ook zit.

Een deel zijn van iets is lastig. Sommige mensen zijn makkelijk in de omgang (en dus heel erg leuk voor omstanders) en sommige mensen zijn de personen die boven op een bank gaan zitten en het prima hebben met één of twee gesprekspartners. Is dat ongezellig? Nee, in essentie niet, maar het is ook niet per se sociaal gewenst. Het is een situatie waarin je niet kunt winnen: je zit beneden op de eerste rij van een cabaretshow, je angstig af te vragen of mensen je met rust laten. Of je zit boven, je angstig af te vragen waarom je zo’n raar mens bent.

 

 

één antwoord

  1. IndeKinderschoenen

    Mooi geschreven; een deel zijn van ‘iets’ valt inderdaad niet altijd mee. Ik laveer inmiddels overal wel prima tussendoor; kan genieten van het deel zijn van, maar ook van het anders zijn. Maar dat is niet altijd zo geweest.