Zat ik weer. Op mijn stoeltje. Inmiddels heeft hij zijn kamer enigszins aangekleed. Enkele maanden geleden is hij verhuisd naar het gebouw aan de overkant, want door al het succes had het bedrijf plotseling twee panden nodig. Voor mij alleen maar een geruststelling: ik ben dus niet de enige die gek is. 

‘Is er een reden dat je elke week een nieuw schilderij ophangt, in plaats van allemaal in één keer?’ vraag ik en hij begint te lachen.
‘Welke is er nieuw?’
‘Die.’ ik wijs en draai me om ‘Deze ook.’
Hij knikt. ‘Ik laat een kamer graag om me heen groeien voor ik hem inricht.’

Ik begin te vertellen, want bij hem vertel ik veel. Het is dat ene uur in de week waar ik even alles kan zeggen, zonder eerst te moeten uitleggen wat ik heb of waarom ik denk zoals ik denk. Hij weet dat inmiddels wel. Ik voel me niet schuldig dat ik zo veel over mezelf praat, want bij hem mag dat gewoon. Al is het maar om één reden: ik betaal hem ervoor.

In het kader van een nieuw jaar en voornemens, begin ik te babbelen.

Ik was voornemens om minder te roken. Voornemens om een aantal keer in de week niet te drinken, ik was voornemens om mijn ritme weer om te gooien zodat het in elk geval lijkt alsof ik mee wil doen met de maatschappij. Ik was voornemens om aardiger te zijn. Voornemens om vaker naar buiten te gaan. En nu ben ik vooral voornemens om dat allemaal echt te gaan bewerkstelligen. Binnenkort. Morgen. Of overmorgen.

Het moet allemaal gaan beginnen, want nu ga ik op dezelfde voet verder. Ik zie iedereen om mij heen bewegen. De stad beweegt, maar ik niet. Roel had gelijk. Het is ”Niks Nieuwsjaar”. Mijn gewoontes hobbelen gewoon lekker met me mee het nieuwe jaar in. Toch is er één groot verschil: ik ben me daar pijnlijk bewust van. En ik word er gestoord van dat ik geen enkel patroon kan doorbreken.

Als alles een prikkel is, als ieder detail opvalt, als je iedere haar op je hoofd voelt, dan word je gestoord.

En die gestoordheid doorbreek je door afleiding te zoeken. Als je voornemens bent die afleiding op te geven, dan word je opnieuw gestoord. Waardoor je de afleiding weer zoekt en gestoord wordt van het feit dat je gestoord bent welke richting je ook opgaat. Als alles even belangrijk is en tegelijkertijd onbelangrijk, dan word je weer gestoord van het feit dat je niet zoals anderen iets kunt laten gaan. Want anderen zijn net zoals jij, zij kennen die waarde alleen niet aan een gedachte toe. Of aan het feit dat er ineens drie nieuwe schilderijen zijn.

Als die drie nieuwe schilderijen al opvallen, dan zullen ze zeggen: ‘Goh, leuk.’ of ‘Nieuw?’ Ze vragen zich niet af waarom iemand elke week maar één schilderij ophangt, terwijl de schilderijen al tijden in de kamer aanwezig zijn. En als ze dat in het positieve geval wel doen, dan zullen ze dat niet snel vragen. Maar ik wil het weten. Ik moet het weten want misschien heeft de eigenaar wel een hele goede reden waar ik ook wat aan heb.

Ik laat een kamer graag om me heen groeien voor ik hem inricht. 

Misschien ben ik wel verhuisd toen het jaartal naar 2017 veranderde. En heb ik al mijn schilderijen nu heel chaotisch op één plek aan de muur gehangen, achter een kast ofzo. Terwijl ik ze beter even had kunnen bestuderen. Terwijl ik mijn eigen kamer moest bestuderen, zodat ik wist waar ze precies moesten komen. Als ik de kamer om me heen laat groeien, weet ik misschien – met een klein beetje werk van mijzelf – opeens hoe ik hem moet inrichten. Misschien morgen. En anders een maand daarna.