Ik ben een spelletjesmens. Ik vind het echt geweldig om een aantal avonden in de week (lees: 7) een bordspel te spelen. Het liefste met een drankje erbij, misschien wat hapjes, sigaretten, de hele rambam.

Mijn hartje maakt dan ook elke keer een sprong als ik met Vriendelijke Vriend en Steffy in één ruimte zit, want dan weet ik: het is spelletjestijd. We deden het eerder, toen ik nog bij ze in woonde, bijna iedere avond. En dan is het best afkicken als je plotseling alleen woont of samenwoont met iemand die er he-le-máál niet op zit te wachten om zijn Monopoly Empire wolkenkrabber vol te krijgen met billboards. Maar ik wel. En het maakt me niet uit of ik win of verlies. Ik wil gewoon een spelletje spelen en ik voel me een beetje verdrietig als iemand in mijn buurt dat niet wil.

Vroeger was dat al zo; mijn ouders zijn geen spelletjesmensen. En ieder voorstel om een spelletje te spelen, werd standaard met een zucht beantwoord. Ook George is geen fan. Die zit er niet op te wachten om na een werkdag van veertien uur nog een spelletje te moeten spelen. Ja, het is waar wat ze zeggen: je kiest je partner naar het beeld dat je vanuit vroeger hebt meegekregen.

De afgelopen maanden heb ik daarom overwogen om Vriendelijke Vriend en Steffy te vertellen dat ik weer bij ze intrek. Dat zij dat waarschijnlijk niet zien zitten, maakt me niet uit. Ik mis de avonden waarop Steffy met hoopvolle oogjes vanaf de bank opkeek en zei: ‘Jack…? Wil je misschien een spelletje spelen?’ (alsof ik ooit ”nee” zou zeggen).

Inmiddels heb ik het toppunt van eenzaamheid bereikt: ik heb al meermaals de gedachte gehad dat ik mijn eigen tegenstander wel ga zijn. Hoe vaak ik de neiging onderdruk om een bordspel uit te klappen en tegen mezelf te spelen… het is bijna bedroevend. Zonder het woordje ”bijna”. Het is bedroevend. Wie speelt er nou een bordspel tegen zichzelf? Nou, ik dus binnenkort. Als ik niet oplet.

Steffy vertelde me een tijdje terug dat ze nu een spelletjes-vriendengroep heeft. Mensen die ze eigenlijk niet kent, maar die bij elkaar thuis komen om een spelletje te spelen. Ik vind dat mooi. Dat we in tijden van terroristische toestanden toch nog onbekenden opzoeken om er een spelletje mee te spelen. Je moet het maar durven. Voor hetzelfde geld klop je aan bij iemand die je met dertig messen en een broodrooster achterna komt. Het is niet makkelijk om mensen te vertrouwen in tijden als deze.

Maar waar een wil is, is een weg. Zo weet iedere bordspelfanaat. Dan ga je van ellende en eenzaamheid, rare sprongen maken. En niets verbindt zo erg als een ouderwets bordspel. Met hapjes, drankjes en sigaretten.

In het kader van voornemens, een nieuwe start, het begin van datgene dat begint, heb ik me dan ook voorgenomen ook zo’n spelletjesgroep om me heen te verzamelen. Ik ga dus weer bij Vriendelijke Vriend en Steffy wonen*, want zij hebben geen broodrooster meer. Je kunt maar beter het zekere voor het onzekere nemen.

 

 

* Dit is niet echt waar. Ik ben gelukkig met George, ondanks dat hij geen spelletjes wil spelen.

3 reacties

  1. Steffy

    Jack, je bent altijd welkom! (Ook voor een paar daagjes om weer even spelletjes te doen)

  2. Karin

    Jaaaa als je mij nou bij die spelletjesgroep doet dan is er in ieder geval iemand die geen mes in je rug steekt omdat je gewonnen hebt 😊😊😊 ( Owja ik ben dol op retro bordspellen dus niet de edities met bankpassen enzo 😊