Ik ben vreselijk onattent. Ik vergeet vrienden een berichtje te sturen op hun verjaardag, zelfs als ik die dag al tien keer heb gedacht dat die persoon jarig is. Ik kom vervolgens aan met flut cadeautjes waar je geen mens een plezier mee doet. Ik reageer nooit op berichtjes van wie dan ook, en als iemand iets belangrijks heeft, komt het maar zelden voor dat ik ze sterkte of succes wens. Kortom: ik verwaarloos mensen.

Maar, andersom mag je ook verwaarlozen.

Ik vind het niet erg als mensen me niet feliciteren. Het maakt me niets uit als iemand me geen sterkte of succes wenst, of de verjaardag van mijn kat vergeet. En dus denk ik, dat anderen het ook niet erg zullen vinden wanneer ik dat bij hen doe. Ik ben een slechte vriend(in) voor ongeveer 99% van de mensen, en dat weet ik. Maar daar doe ik vervolgens helemaal niets mee.

De spanning bouwt zich soms wel in me op: 100 berichtjes op Whatsapp, mensen die nog steeds Facebook Messenger bij me gebruiken, terwijl ik dat niet heb, Snapchat Chats (het is voor foto’s. ik ken je amper. hou op!) of – de ergste variant – mensen die me bellen: het stapelt op in mijn hoofd. En dan raak ik in paniek. Want je kunt niet op de ene antwoorden, en op de ander niet.

Het gevolg is dat ik soms wel een ochtend moet uittrekken om alleen maar ”een praatje” te maken met mensen waar ik al eeuwen niet op reageer.

Twee van mijn drie goede vriendinnen hebben geen social media accounts, en met deze twee heb ik het beste contact dat ik kan hebben. We bellen niet. We sms’en af en toe wat, en als we elkaar willen zien, dan spreken we wat af. Functioneel dus. De derde vriendin die wél social media heeft (hallo Esther!), spreek ik de hele dag door. Daar hoef ik geen ”hallo” en ”wat heb jij gedaan” tegen te zeggen, want dat weet ik wel. En als ik het niet weet, dan moet het wel iets heel erg raars zijn. Volgens mij is het ook nog nooit voor gekomen, maar ieder zijn geheimpjes natuurlijk.

Sinds kort heb ik Whatsapp verwijderd en er is een last van mijn schouders afgekieperd. Geen nutteloos gelul in de ruimte, geen mensen die maar vragen hoe het gaat á la MSN, en geen opgestapelde berichten waardoor ik van ellende maar onder de dekens ga liggen, met mijn telefoon uit.

Contact houden met mensen blijkt moeilijk wanneer het zo makkelijk is om contact te houden met mensen. Ik kan er niet tegen. De mensen die bij je horen, zie en spreek je toch wel. Zo heb ik drie vriendinnen die mij straal vergeten als ik een rare ziekte heb, maar die een week later wel zeggen: ‘Oja, dat is ook zo. Nou gelukkig leef je nog. Wijn?’

Zij zijn als een jas die je altijd past. Welke kant je ook uitgroeit.
Ik vind onattente mensen eigenlijk wel prima.

 

Geef een reactie