Mindfulness bestaat voor mij uit een deel analyse: nagaan of de dingen die jij voelt, ook daadwerkelijk belangrijk zijn en of de situatie daar wel naar is. Sinds een aantal jaren houd ik me bezig met de volgende twee regels: 

  1. Het is onzin om je druk te maken over iets waar je geen invloed op hebt (het weer, gedrag van anderen, etc.)
  2. Als het ding waar jij je druk om maakt binnen enkele dagen alweer opgelost is, moet je het van je af zetten.

Ik voeg daarbij altijd stiekem een derde regel toe: denk niet na over wat jij zal zeggen/doen als…

Mindfulness sessie 5: Toestaan en accepteren wat er is

Vandaag zijn we met een kleine groep. We vertellen allemaal over onze week en als ik stil moet staan bij de vraag hoe het deze week is verlopen, kan ik een bijzondere conclusie trekken: goed. Het gaat goed, op mindfulness gebied dan. Ik heb mijn oefeningen gedaan en ik voel me beter. 

So far so good.

Honger

We beginnen met de eerste oefening: stilstaan bij een situatie die wat met je doet.

Denk hierbij niet aan een traumatische gebeurtenis of iets dergelijks, maar meer in alledaagse problemen. Ik denk hard na, maar kan niets verzinnen. Ik heb vooral heel veel honger. Dat heb ik tot nu toe elke sessie gehad. Het resulteerde in het oppeuzelen van vijf ministroopwafels tijdens de pauze. Ministroopwafels die niet van mij waren, maar van het bedrijf waar ik de training volg. Het leek me asociaal en ongewenst gedrag. Een stroopwafel is acceptabel, twee misschien. Vijf suggereert dat je zelf geen geld hebt om eten te kopen.

Ik nam vandaag dus een cracker mee. Eentje met kaas en veel boter (want anders droog, bah!)

Kan ik de cracker eten terwijl de rest aan zijn probleem denkt? Nee. 

Dat is ook asociaal en ongewenst. Het idee van de honger en de cracker in mijn tas, houdt me de volledige oefening bezig, en als we dan eindelijk bespreken hoe het ging, moet ik om mezelf lachen; zit ik dan. Panisch met mijn honger. Een probleem dat ik zowel fysiek als mentaal kan voelen en waar ik me de hele tijd mee bezig heb gehouden. Volgens mij deed ik de oefening dus prima.

De Mindfulness meneer kondigt een pauze aan en ik vraag me af wie nu de ministroopwafels zal opeten. Of zullen ze daar gewoon blijven liggen, zodat degene die de ministroopwafels aanvult na die tijd denkt: waarom zijn er nog zo veel over?

We zullen het nooit weten. 

Gebabbel in beeldvorm

We doen nog een oefening die met beeld te maken heeft. Eigenlijk is deze oefening hetzelfde als de Gebabbel-oefening. Je ziet een beeld in je hoofd, wat dat dan ook is, en moet dit beeld vervolgens weer laten gaan. Ik kan er niet zo goed mee overweg en dwaal helemaal af.

(Afgedwaald? Geeft niets. Keer weer terug) 

Ik ben blij als de oefening erop zit en ik mijn spul kan inpakken.

Op de weg terug, loop ik direct naar de apotheek. Ik heb nog wat medicijnen nodig en ik ben al sinds maandag bezig om het goede recept bij de apotheek te krijgen. Vandaag is poging drie. 

Ik open de deur van de apotheek, loop naar binnen en zet de verkeerde medicijnen die ik twee dagen terug heb opgehaald, op de toonbank. Een schattig dametje komt naar voren lopen: ‘Wat kan ik voor u doen?’
‘Ik heb de verkeerde medicijnen gekregen. Er is iets mis gegaan bij de dokter. Vaak. Deze medicijnen zijn niet de medicijnen die ik gebruik. Er staat een nieuw recept klaar.’

Er verstrijken enkele minuten en de apotheker blijft met haar hoofd schudden. ‘Er is niets binnen.’
‘Niets? Als in… niets?’
‘Ik zie niets staan.’
Ik slik mijn woede weg. Er zit bij mijn nieuwe huisarts blijkbaar een half dozijn aan assistenten die niets van hun werk snappen. Kan gebeuren, natuurlijk. We zijn niet allemaal capabel om mee te draaien in de maatschappij. Ik ben gaan schrijven om die reden, zij hebben zich voorgenomen er toch iets van te maken. Met alle gevolgen van dien.
‘Hier.’ zeg ik. ‘Neem deze medicijnen in elk geval aan, daar kan ik niets mee.’

Het vrouwtje schudt haar hoofd opnieuw: ‘Nee. Deze medicijnen zijn de deur uit geweest en mogen we niet terugnemen.’

Accepteren.

Ik ben verward: ‘Dus er zitten een paar dames op een baan die ze blijkbaar heel moeilijk vinden, en ik moet daar voor betalen omdat dat de regel in Nederland is?’
‘Juist.’

Op de weg terug naar huis, bel ik de assistente woedend op. Daarna stuur ik George een berichtje:

‘Godverdomme! Heeft die gruwelijke kut assistente geen nieuw recept gefaxt naar mijn apotheek. Kan ik wéér terug. Wat denken ze nou, dat ik er op zit te wachten om drie dagen per week twintig minuten te spenderen in een apotheek. Prutsers daar.’

George antwoordt direct: ‘En nu? Er achteraan bellen?’

‘Nee ik stuur een postduif. Wat denk jij dan??’

Even is het stil en vijf seconden later plopt er een nieuw berichtje bij:

‘Oke. De mindfulness heeft gewerkt dus?’

 


In ‘Mijn reis naar mindfulness’ kun je de komende weken lezen hoe ik ontzettend mindful word. Dat is natuurlijk als ik het ook daadwerkelijk volhoud. Maar daar hoef ik gelukkig niet over na te denken. Het enige wat is, is hier en nu. Vanzelfsprekend.