Ik geloof niet zo in de hele voedselhype van tegenwoordig. Ik denk dat je gewoon moet eten waar je behoefte aan hebt, en dan volgens de manier van Boeddha: vul de maag voor de helft met voeding, een kwart met vloeistof en laat een kwart open voor het goddelijke. Goed, dat laatste klinkt zweverig, maar in mijn geval is dat goddelijke een paar glazen wijn.

Over zweverig gesproken: hoe gaat het met mindfulness? Nou. Slecht!

Mindfulness sessie 4: Erbij blijven

Twee weken had ik de tijd. Twee weken om er iets van te maken en tot mijn grote spijt heb ik niet veel gedaan. Ik ben slechts één keer actief bezig geweest met de oefeningen, maar dat komt ook omdat sommige dingen onhaalbaar waren.

Neem de opdracht ‘’willekeurige daad van vriendelijkheid’’. Deze houdt in dat je een complimentje geeft aan de mensen in jouw omgeving. Elke dag één. Je mag ook iemand bedanken. Bij mij moest George het ontzien, omdat ik verder niet met mensen praat.

Ik zei: ‘Wat heb je een leuk shirt aan!’
George zei: ‘Sarcast.’ En ging weer verder met zijn leven.

Dat aardig doen is niemand van me gewend, en dat kunnen we maar beter zo laten.

Vandaag blijven we erbij. En met ‘’erbij’’ wordt vooral bedoeld dat we negatieve gevoelens ervaren, erkennen en weer laten gaan. Zie het als een gesprek: wanneer je dat wilt voeren, moet je voornamelijk luisteren met de intentie om te begrijpen en niet met de intentie om te reageren. De gedachten die we hebben, zijn een gesprek met onszelf. Als je niet direct reageert, maar begrijpt, dan is dat gezonder voor geest en lichaam. 

Als je bijna dood bent: altijd een gezellig onderwerp.

We hebben een lang gesprek (te lang, als ik het gezicht van de trainer bekijk), en daarna volgen er weer verschillende oefeningen. Een gebaseerd op yoga, en yoga vind ik leuk. De volgende oefening is er eentje waarin je opschrijft wat je hoopt dat mensen op je 80ste verjaardag over jou zeggen. Het gaat over wat jij wíl dat zij zeggen als ze terugkijken op jouw leven, niet wat ze nu zullen zeggen.

Ik begrijp er geen reet van. Je leven kan toch ieder moment voorbij zijn? Waarom zou je dan nu pas nadenken over de persoon die jij eigenlijk wil zijn? Mijn paniekstoornis klok tikt door. Ik denk elke dag wel twintig keer dat het mijn laatste dag is. Waarom moet ik 60 jaar verder denken? Als mijn familiegeschiedenis me iets heeft geleerd, dan is het wel dat ik die 80 jaar niet ga halen. Ik mag in mijn handjes knijpen als ik mijn pensioen haal.

Zit je dan. Met je gebabbel.

Maar of ik die zestig jaar nou haal of niet: het wordt tijd om naar mijn gedachten te luisteren. Een belangrijke oefening. De essentie van sessie vier zelfs: je moet gedachten laten komen, en laten gaan.
Acht minuten lang focussen we op onze gedachten, en als er een gedachte opkomt, dienen we die op te merken en te labelen als ”gebabbel”.

Indien je geen gedachten hebt, moet je de niet bestaande gedachte te labelen met ”stilte”. Ik vraag me af hoe zoiets in zijn werk gaat: als je niet denkt, dan hoor je dus toch te denken, want anders kun je niet labelen met stilte. Het is een gedachte die me de volle acht minuten bezighoudt. Terwijl ik ondertussen panisch in mijn hoofd: gebabbel, gebabbel, GEBABBEL!! schreeuw.

Als sessie vier voorbij is, neem ik me voor om deze week écht aan de slag te gaan. Ik kan toch potverdorie niet weer twee weken missen. Zo kom ik er nooit achter of mindfulness voor mij werkt of niet.

Goddelijke middelen

Ik besluit nog een stukje te wandelen en stop bij de Hema om brood te halen. Brood van de Hema kan ik iedereen aanraden overigens. Het is zo vers, dat je kapot gaat als je het aanraakt. Goddelijk brood! Waarschijnlijk vol met E-nummers, of iets anders engs. Voor mijn goddelijke kwart, reken ik ook een fles wijn af. En daarna loop ik door naar Kruidvat voor een pakje sigaretten.

Nee. Waarschijnlijk haal ik de tachtig niet.
Gebabbel, gebabbel, gebabbel.

 


In ‘Mijn reis naar mindfulness’ kun je de komende weken lezen hoe ik ontzettend mindful word. Dat is natuurlijk als ik het ook daadwerkelijk volhoud. Maar daar hoef ik gelukkig niet over na te denken. Het enige wat is, is hier en nu. Vanzelfsprekend.