‘Goed we doen nog even een korte opdracht om af te sluiten.’
De mindfulness meneer staat op en loopt naar het bord, waar hij met twee stiften een aantal woorden op begint te schrijven. Ik kan ze niet lezen. Het is maar goed dat ik niet als postsorteerder werk: dan had ik de helft van de brieven waarschijnlijk verkeerd laten bezorgen.

Mindfulness Sessie 2: Omgaan met obstakels

Vanochtend concentreren we ons op geluid en lichaam. Waar we in sessie 1 acht minuten gingen ademen, gaan we nu acht minuten luisteren. Terwijl we ademen trouwens. Dat mag je ook gewoon doen tussendoor.

Ik ben dol op luisteren, vooral naar omgevingsgeluiden. Televisies en dergelijke vind ik vaak alweer storend, maar deze oefening gaat me goed af. Of ik er wat aan heb is een tweede. De groep lijkt relaxter dan de eerste keer en ik voel me ook rustiger, ondanks mijn lichamelijke verschijnselen, maar daar heb je dan ook een paniekstoornis voor. Als je geen lichamelijke sensaties voelt, dan kun je net zo goed een andere stoornis uitkiezen.

Bodyscan

Na het luisteren, volgt een korte pauze en daarna de bodyscan. Deze herken ik uit vorige therapieën. Bij PMT was het ooit een vast onderdeel en ook tijdens andere groepstherapieën heb ik heel veel ge-body-scant. Mijn lichamelijke verschijnselen worden binnen een mum van tijd nog meer uitvergroot en ik krijg het ijskoud. Mijn handen worden klam, mijn hart bonst alleen maar steviger in mijn borst, en ik heb moeite met ademen.

Als dit gedeelte erop zit, blijkt de rest van de groep lomer. Ontspannen. Sommige geven aan dat ze niets in hun lichaam voelen en ik zou wel eens met ze willen ruilen. Al is het maar een dag. Gewoon even niets opmerken in je lichaam: dat moet heerlijk voelen. Vrij. Lijkt me. Ik voel het al als er een wimper op mijn wang ligt en dat overdrijf ik niet. Aan de andere kant zitten veel mensen in deze groep vanwege een burn-out. Zij merken juist helemaal niet op wat er zich in het lichaam afspeelt. Ik weet niet wat ik liever zou hebben…

Ik leg de groep uit dat ik er ontzettend onrustig van word, en neem mezelf zwijgend voor om deze oefening vaker te doen. Dit is de reden dat ik hier zit, het zal goed zijn om de paniekklachten weer eens te ”verdragen”, zoals psychologen dat altijd zo mooi zeggen.

Als het verder besproken is, verplaatst de mindfulness meneer naar het bord.

”Stel je voor…”

‘Je loopt op straat.’ begint hij ‘en je ziet op twintig meter afstand iemand die je kent. Jij…’
‘Draait je om en loopt de andere kant op.’ vul ik aan.
‘Nee, nou ja… Nee. Nee dat is niet wat ik wilde zeggen. Maar als jij dat doet is het prima.’
‘Fijn.’
‘Je loopt op straat en je ziet iemand die je kent. Je zwaait en die persoon zwaait niet terug. Wat denk je dan?’

Ik kan me niet voorstellen dat ik naar iemand zou zwaaien. Ik vind het een rare bezigheid. Vroeger had ik meisjes in mijn klas die zwaaiden als ze binnenkwamen. Daar begreep ik ook nooit wat van.

Nadat iedereen kort besproken heeft wat hij of zij denkt, is het alweer tijd om in te pakken. Ik hang mijn tas om mijn schouder, zeg doei tegen de groep en niemand zegt wat terug. Ik loop de smalle straatjes door, direct naar mijn huis. Als ik links wil afslaan, zie ik een auto staan die ik herken als eigendom van een vriend. Ik besluit het volgende straatje te nemen.

Eenmaal aangekomen zie ik een vriend net dezelfde straat in lopen vanaf de andere kant. Zonder pardon draai ik me om en begin het hele stuk weer terug te lopen. Binnen vijf minuten sta ik opnieuw voor de deur van het gebouw waar ik net vandaan kom. Ik zie een aantal mensen nog samen praten, en ze trekken een ernstig gezicht.

Sommige mensen kunnen het zichzelf zo moeilijk maken. Gelukkig ben ik er daar niet een van.

 


In ‘Mijn reis naar mindfulness’ kun je de komende weken lezen hoe ik ontzettend mindful word. Dat is natuurlijk als ik het ook daadwerkelijk volhoud. Maar daar hoef ik gelukkig niet over na te denken. Het enige wat is, is hier en nu. Vanzelfsprekend.